De bloedige kolonisatie decimeerde de inheemse bevolking, joeg de overlevende gemeenschappen uiteen en reduceerde drastisch de omvang van de inheemse gebieden. Voor de Guarani was het resultaat dat ze ver van hun Tekoha terecht kwamen, onder dwang ingesloten op kleine stukken land, of, erger nog, helemaal zonder land.

Overal waar de Guarani wonen, zien zij blanke boeren en grote agrarische bedrijven mooie winsten behalen op het land dat oorspronkelijk hun grondgebied is, door de exploratie van de natuurlijke rijkdommen. Er gaan miljoenen om in de soya-, en suikerrietteelt, de eucalyptusaanplant, de winning van mineralen, de privatisering van natuurgebieden voor het toerisme. Tegelijkertijd leven de Guarani in een situatie die door internationale organisaties als genocide wordt aangeduid.

Ondanks het feit dat de Guarani de grootste inheemse bevolkingsgroep van Brazilië vormen, is het tegelijkertijd de groep waarvan de overheid de rechten het minst erkent. Dat betreft in de eerste plaats hun recht op land. Per persoon hebben de Guarani op dit moment gemiddeld minder dan een halve hectare grond. In totaal moet nog 95% van het grondgebied van de Guarani erkend worden.

Zonder land om voedsel te verbouwen, te jagen of te vissen, en zonder werk om voldoende te verdienen, zagen de Guarani de laatste jaren honderden kinderen onder de vijf jaar sterven door ondervoeding. Tussen 2003 en 2005 stierven er 183, het hoogste aantal onder de inheemse volken, wat uiteindelijk leidde tot ingrijpen van de regering. Desondanks hadden in de periode 2006 – 2007 nog altijd honderden kinderen te kampen met ondervoeding, waarvan er 9 stierven. Deze aantallen waren in 2008 aanleiding voor een parlementaire onderzoekscommissie naar de kindersterfte onder de inheemse volken.

Tegelijkertijd zijn de Guarani slachtoffer van allerlei soorten geweld. Geweld dat de laatste jaren sterk groeit. De meeste aandacht trok het hoge aantal moorden en zelfmoorden in de deelstaat Mato Grosso do Sul. Het jaarrapport van de Missionaire Raad voor Inheemse Zaken (CIMI) meldde over de periode van 2003 tot 2005 in deze staat 68 zelfmoorden, vooral onder jongeren. In 2006 werden er 19 geregistreerd, in 2007 waren dat er 23. Volgens antropologische studies bestaat er een sterk verband tussen deze zelfmoorden en het gebrek aan land, de honger en het gebrek aan een vooruitzicht op betere levensomstandigheden.

In dezelfde periode (2003 – 2005) werden er 60 moorden onder de Guarani geteld. Daarna steeg het aantal schrikbarend: 28 in 2006, en 53 in 2007. Een flink aantal van deze zaken betreft huurmoorden op leiders van de gemeenschap, in opdracht van machtige boeren. Maar ook onderlinge conflicten en dronkemansgevechten hebben vaak een dodelijke afloop. Opnieuw spelen dezelfde factoren een rol: de constante armoede, honger en werkeloosheid, de druk van de omringende belangengroepen, de uitzichtloosheid, dragen allemaal bij tot een explosieve mix van interne spanningen, wantrouwen en drankmisbruik.

In de huidige strijd om hun land spelen de Guarani-onderwijzers een belangrijke rol. Zij zijn het die de gemeenschap helpen bij het interpreteren van de omringende wereld, die nieuwe leiders helpen opstaan, bewust van hun geschiedenis, cultuur en hun, door de federale grondwet gegarandeerde rechten.

De Guarani in Brazilië maken in de strijd om hun rechten gebruik van traditionele sociale organisatie. De hele gemeenschap doet mee aan de landbezetting. Mannen, vrouwen en kinderen. Vaak zijn het de vrouwen die de strijd leiden. Zij ondervinden de gevolgen van het onrecht meestal het sterkst.

Overal waar ze zijn, strijden de Guarani onvermoeibaar voor hun recht om op hun grondgebeid te blijven wonen en hun traditionele grondgebied terug te winnen. Voorbeelden daarvan zijn de landbezetting van de Morro dos Cavalos in de deelstaat Santa Catarina, van het gebied Nhanderu Marangatu in Mato Grosso do Sul en landbezettingen van de Tupinikim/Guarani in Espírito Santo.

Marçal Tupã-i, een groot leider van de Guarani in Mato Grosso do Sul, verwoordde al in 1980 in Manaus, in een toespraak tegenover Paus Johannes-Paulus de Tweede als volgt de nood van zijn volk:

“Onze grondgebieden zijn binnengevallen, onze gronden zijn in bezit genomen, ons territorium is ineengeschrompeld en we hebben geen mogelijkheden meer om te overleven. We willen aan Uwe Heiligheid onze ellende vertellen, ons verdriet om onze leiders die koelbloedig vermoord werden door degenen die ons land gestolen hebben. Onze grond die voor ons het leven zelf symboliseert en ons overleven in dit grote Brazilië, dat een christelijk land genoemd wordt.

“Onze grondgebieden zijn binnengevallen, onze gronden zijn in bezit genomen, ons territorium is ineengeschrompeld en we hebben geen mogelijkheden meer om te overleven. We willen aan Uwe Heiligheid onze ellende vertellen, ons verdriet om onze leiders die koelbloedig vermoord werden door degenen die ons land gestolen hebben. Onze grond die voor ons het leven zelf symboliseert en ons overleven in dit grote Brazilië, dat een christelijk land genoemd wordt.

Marçal Tupã-i werd drie jaar later in het Marangatu-gebied in de deelstaat Mato Grosso do Sul vermoord door pistoleiros van een omliggende boerderij. Tot op vandaag is niemand voor deze misdaad opgepakt of gestraft. Evenmin is het Marangatu-gebied waarvoor Marçal heeft gevochten erkend door de Braziliaanse overheid.