Gedurende de vijfhonderd jaar van weerstand tegen de kolonisatie, is het meest opvallende geval van weerstand in de geschiedenis van de Guaraní hun aanwezigheid in de Jezuïetenmissies of -reducties. Sommige historici noemen dit de Communistisch Christelijke Republiek van de Guaraní, de Franse filosoof Voltaire definieerde de missieposten als “een werkelijke overwinning van de Mensheid”.

In het begin van de 17e eeuw hielden de Guaraní op met individueel het hoofd te bieden aan de zogenaamde ‘vlaggenexpedities’ van de bandeirantes waarbij hun dorpen werden vernietigd, ze bij duizenden werden vermoord en tot slaaf gemaakt, en begonnen ze zich te groeperen in de missieposten om beter georganiseerd en sterker de strijd aan te kunnen gaan.

De Jezuïetenmissies waar de Guaraní woonden strekten zich uit over het zuiden van Brazilië, het noorden van Argentinië, Uruguay, Paraguay en het zuidoosten van Bolivia. Ondanks enkele religieuze verplichtingen konden de Guaraní hun eigen gebruiken en lokale ruileconomie blijven voortzetten in de missieposten. Het aantal inwoners in deze missieposten was groter dan 25 duizend, meer dan toentertijd in de steden Buenos Aires en São Paulo.

In de missieposten kregen ze de kans hoogstaande technieken te ontwikkelen op het gebied van architectuur, bouwkunde, metallurgie, het maken van muziekinstrumenten en boekdrukkunst. Om een idee te krijgen: de eerste boeken die gedrukt werden door de missies werden gepubliceerd in 1700 – de eerste twee waren ‘Martirologio Romano’ en het “Flos Sanctorum’ – de eerste boeken van Brazilië en Argentinië werden pas honderd jaar later gepubliceerd (respectievelijk in 1808 en 1810).

De Jezuïetenmissies werden in 1993 door de Unesco verklaard tot Werelderfgoed van de Mensheid.

Het epos van de Guaraní, dat zeer goed verfilmd is door de regisseur Rolland Joffé in The Mission (1986), begon ten einde te komen in het jaar 1756, toen de Missiepost van St. Gabriël werd overwonnen door de krijgsmachten van Portugal en Spanje en de leider van de Guaraní, Sepé Tiaraju, werd gedood.

In februari 2006 kwamen ongeveer 1500 inheemse leiders uit Uruguay, Brazilië, Argentinië en Paraguay bijeen. Op de plek waar in vroeger tijden de Missiepost van St. Gabriël zich bevond, herdachten zij de bewoners van de missie, hun leider Sepé Tiaraju en hun geboden verzet.

De bijeenkomst vormde het decor voor de eerste Continentale Guaraní Vergadering, waarin besloten werd de krachten weer te bundelen voor een gemeenschappelijke strijd om respect voor hun rechten, vooral het recht op hun grondgebieden en de erkenning daarvan door de Nationale Staten.


De rechten van de inheemse bevolking op het gebied van de natuurlijke rijkdommen van hun land moeten extra bescherming krijgen. Deze rechten omvatten ook het recht van deze volken op het participeren in het gebruik, beheer en behoud van deze genoemde rijkdommen.


Artikel 15 van verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).