De taal van het Guarani-volk is een van de Inheemse talen die het meest gesproken worden in het hele continent. Alleen al in Paraguay heeft volgens de gegevens van de volkstelling van 2002 60% van de bevolking, ongeveer 3 miljoen personen, het Guarani als hoofdtaal. Het Guarani behoort taalkundig tot de Tupi-Guarani familie, waartoe ook nog 21 andere talen behoren.

Het eerste woordenboek van de Guarani-taal werd in 1639 samengesteld door pater Antonio Ruiz Montoya. Het werd gepubliceerd in Madrid, telde 814 pagina’s en bevatte in totaal ongeveer 8100 woorden. Niet voor niets kreeg de Spaanse versie als titel mee: "Schat van de Taal der Guarani".

Vandaag de dag is het een groot mysterie om te kunnen begrijpen hoe een Inheemse taal – zonder te beschikken over massacommunicatiemiddelen – zich zo sterk heeft weten te handhaven.

De belangrijkste wapens die het Guarani-volk heeft gehad om zich te handhaven bestaan uit het proces om continue van generatie op generatie de eeuwenoude geheimen van de economie van wederkerigheid door te geven, gepaard met die van respect voor en het evenwicht van het leefmilieu, alsook hun religiositeit. En dit allemaal via de orale traditie.

De Guarani geloven dat de gesproken taal hen door God gegeven is. Het woord drukt voor hen ets heiligs uit. Vandaar hun zorg voor het woord en voor zijn geheimen en vandaar de waardering in hun cultuur voor de redekunst.

Zo vonden de Guarani vanaf de komst van de Europeanen in hun taal en hun cultuur hun sterkste buffers van verzet. Hiermee verdedigen ze zich nu ook tegen de vooroordelen die bestaan in de wereld die hen omringt en tegen hetgeen de staat hen via het onderwijs opdringt.


De Guarani-taal wordt door heel het volk gesproken.
Het eerste woordenboek werd in 1639 samengesteld door pater Antonio Ruiz Montoya